“Binnen nu en enkele maanden betaalt u waarschijnlijk om te sparen.” Zo luidt het devies dat al enige tijd in Europa opgeld doet en zo nu en dan weer in het nieuws de kop opsteekt. De negatieve spaarrente is hot topic. Waar men vroeger geld opzij zette, dit op een spaarrekening plaatste en zodoende verzekerd was van een appeltje voor de dorst, bestaat nu al enige tijd de vrees dat menig spaarder in de nabije toekomst betaalt voor het stallen van zijn geld. Enkele jaren geleden is de rente op spaarrekeningen in een neerwaartse spiraal terecht gekomen. Het gevolg? Rentepercentages boven de 0,25% komen vandaag de dag vrijwel niet meer voor.[1] In deze update breng ik je in no time en op laagdrempelig niveau op de hoogte van de ratio, de oorzaak, het juridische kader en de verwachte gevolgen van het gevreesde spaarrentebeleid. Ik begin bij het begin: de Europese Centrale Bank (hierna: ECB).

De ECB en haar verlangen naar consumptie

De ECB bepaalt het monetaire beleid van de Europese Unie.[2] Om het koopgedrag van consumenten te stimuleren heeft de ECB in de afgelopen jaren de rentetarieven verlaagd. Op deze manier is lenen minder duur – en dus aantrekkelijker – en levert sparen minder op. Zodoende zal de consument meer uitgaven doen, zo redeneert de ECB, hetgeen de economie in beginsel ten goede komt. De banken van de Europese lidstaten hebben echter last van dit rentebeleid van de ECB en maken flinke kosten; nationale banken betalen boetetarieven op het moment dat zij geld parkeren bij de ECB. De voor de hand liggende oplossing voor deze kosten is tevens het hete hangijzer: het doorberekenen van deze boetetarieven aan particuliere spaarders middels een verlaging van de spaarrente.[3] Betaalt de spaarder uiteindelijk voor de ‘parkeerkosten’ van de bank?

Hoewel de negatieve spaarrente een nieuw fenomeen lijkt, is dit niet helemaal het geval. Zo hanteert Van Lanschot al enige tijd negatieve spaarrentepercentages voor miljoenenrekeningen (beginnende bij saldi vanaf 2,5 miljoen euro) en zijn percentages onder de nul in het zakelijke betalingsverkeer evenmin ongewoon.[4] Voor reguliere spaarrekeningen, het reservepotje van de zogeheten Jan Modaal, is een negatieve rente echter onontgonnen terrein. De afkeer van een negatieve spaarrente is mijns inziens verklaarbaar, gekeken naar de tweeledige ratio van het sparen. Het doel van sparen is namelijk i) het opbouwen van vermogen door het verkrijgen van rendement – al dan niet met een laag maar positief percentage – en ii) het minimaliseren van risico met betrekking tot het bestaande eigen vermogen. Het moeten betalen voor het houden van een spaarrekening staat hier haaks op; betalen om te sparen en het ontvangen van rendement zijn antoniemen. Logisch dus dat dit rentebeleid in opspraak raakt.

Is een negatieve spaarrente eigenlijk wel toegestaan?

In de juridische literatuur wordt uitgebreid stilgestaan bij de toelaatbaarheid van een negatieve spaarrente. Veelal wordt aangenomen dat banken enkel negatieve rente op een spaarrekening in rekening mogen brengen als dit contractueel is afgesproken of de spaarovereenkomst hier anderszins de mogelijkheid toe biedt.[5] De meeste spaarovereenkomsten (en de daaraan verbonden algemene voorwaarden) voorzien echter niet in het rekenen van negatieve rente in het geval dat spaarder ‘in de plus’ staat[6]; Jan Modaal betaalt in beginsel alleen als hij in het spreekwoordelijk rood verkeert. Legt men de spaarovereenkomst uit, zoals de jurist bij een onduidelijk contract pleegt te doen, dan blijkt veelal de strekking van de bancaire relatie te zijn dat de spaarder geld ontvangt voor het stallen van zijn geld. Dat de spaarder betaalt voor het aanhouden van een rekening lijkt dus niet te stroken met het welbekende Haviltex-criterium.[7] Sluit een particulier echter een (nieuwe) spaarrekening af, dan is het hanteren van een negatieve spaarrente op het eerste gezicht minder problematisch, mits dit beleid bedongen wordt.[8] Wordt echter bepaald dat de bank eenzijdig de spaarrente kan wijzigen, dan kan dit daarentegen mogelijk weer als oneerlijk beding in de zin van art. 6:233 sub a BW juncto art. 6:237 sub c BW worden aangemerkt, hetgeen tot vernietigbaarheid leidt.[9]

De toelaatbaarheid van een negatieve spaarrente in bestaande respectievelijk nog te sluiten overeenkomsten, al dan niet vervat in een wijzigingsbeding, wordt dus veelal betwist. Naast de vraag wat de legitimiteit van negatieve spaarrentes is met betrekking tot deze concrete gesloten en te sluiten overeenkomsten wordt tevens uitgebreid gediscussieerd over het invoeren van een algeheel verbod op het hanteren van negatieve spaarrenten.[10] In België bestaat een dergelijk verbod al enige tijd.[11] In de Tweede Kamer is de kwestie ook aan bod gekomen.[12] Minister van Financiën Wopke Hoekstra stelde eind september geen heil te zien in een Nederlands verbod op negatieve spaarrenten.[13] Een “hard verbod” op negatieve spaarrenten is een “zeer forse ingreep in de markt”, zo stelde de minister. Misschien enigszins geruststellend voegt de minister toe: “Een negatieve rente op spaardeposito’s  van consumenten is vooralsnog niet aan de orde”.[14] Ondanks de stellige woorden van de minister is door kamerlid Baudet op 3 oktober 2019 een motie ingediend met betrekking tot het verbieden van negatieve spaarrenten.[15] De discussie over een eventueel verbod lijkt nog niet beslecht te zijn.

Wat staat de spaarder nu werkelijk te wachten?

Het korte antwoord luidt: we weten het niet. Of banken een negatieve rente gaan hanteren en wanneer dit eventueel zou gebeuren is simpelweg onduidelijk; het komt mijns inziens aan op koffiedik kijken. Bovendien is de vraag hoe erg het is om een gering bedrag te moeten betalen voor het houden van een spaarrekening. Momenteel blijft iedere analyse in ieder geval een gissing. Enerzijds hebben verschillende banken uitgesproken voornemens te zijn negatieve spaarrenten in rekening te gaan brengen, anderzijds wil geen bank de eerste zijn.[16] Het imago van trendsetter (of moet ik zeggen: de boosdoener) is niet aantrekkelijk. Uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Consumentenbond blijkt immers dat bij het daadwerkelijk intreden van het gehekelde scenario meer dan tachtig procent van de spaarders zijn vermogen zal verplaatsen.[17] Dit bevestigt de vrees voor een zogeheten bank run; met chaos in het financiële verkeer als gevolg.

Gebruik je bovendien je favoriete online zoekmachine om je te verdiepen in de Armageddon die het Europese rentebeleid volgens criticasters is, dan stuit je onmiddellijk op talloze financiële self-help-sites. Wat moet ik doen als banken negatieve spaarrenten gaan hanteren? Investeren in goud; sparen in een oude sok; iedere remedie komt aan bod en wordt nauwkeurig geanalyseerd om vervolgens als beste respectievelijk meest ridicule alternatief uit de bus te komen. De twijfels zijn kortom alomtegenwoordig. Dat lijkt me zeker. Welke conclusies kunnen we trekken uit de onzekerheid waar het debat zich in bevindt?

Gezonde twijfel

Ik denk dat het te vroeg is voor overhaaste conclusies. Veel is onduidelijk en het is zeker te vroeg voor paniek. Desalniettemin is het verstandig om jezelf te informeren over de toekomstige renteontwikkelingen. Ik hoop met deze update daar een beetje aan bij te hebben gedragen, althans een aanzet te hebben gegeven om eens stil te staan bij de Europese economische ontwikkelingen, je eigen mening daarover en de betekenis daarvan voor jouw financiële positie. Het rentebeleid van de ECB lijkt immers niet van koers te wijzigen. Een negatieve spaarrente zou zomaar waarheid kunnen worden.

Wel exonereer ik mij bij dezen: Ik ben een jurist en geen econoom. Met deze bijdrage heb ik enkel en alleen geprobeerd je in enkele minuten op een laagdrempelige manier de problematiek van het Europese rentebeleid voor te leggen. Voor technische details en analyses is deze update niet je go-to. Mijn punt? Er waart een spook rond in Europa en het spook heet negatieve spaarrente. Of het spook een werkelijke bedreiging zal zijn of slechts een onterechte angst is, is vooralsnog onzeker, maar bespreek het eens met je naasten. Ga het gesprek eens aan. Misschien dat we zodoende een beetje onzekerheid weg kunnen nemen en wat vertrouwen kunnen winnen. Als we durven te geloven in onze economie kunnen we het spook misschien wel weren.

[1] R. Meijer, ‘Negatieve spaarrente: wat kun je doen?’, Consumentenbond.nl 11 oktober 2019.

[2] Zie onder andere hoofdstuk II van het verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).

[3] Enige nuance is geboden: momenteel worden de ‘parkeerkosten’ doorberekend door de hypotheekrente te verlagen. Gezien het feit dat de ECB de depositorentes echter blijft verlagen (lees: de ‘parkeerkosten’ van de banken blijft verhogen) heeft zich inmiddels de vraag opgeworpen of de ‘parkeerkosten’ ook doorberekend kunnen worden door de spaarrente verder te verlagen. Zie: R. van Oirschot, ‘Negatieve spaarrente in Nederland’, Fx.nl 25 oktober 2019.

[4] R. Meijer, ‘Negatieve spaarrente: wat kun je doen?’ , Consumentenbond.nl 11 oktober 2019.

[5] W.A.K. Rank, ‘Negatieve rente: min maal min is plus?’, Ondernemingsrecht 2016/32.

[6] Ibid.

[7] J.H.M. Spanjaard, ‘Negatieve rente op consumentenspaarsaldo een Europese no-go?’, Contracteren 2016/4. Zie: HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, NJ 1981,635.

[8] W.A.K. Rank, ‘Negatieve rente: min maal min is plus?’, Ondernemingsrecht 2016/32.

[9] J.H.M. Spanjaard, ‘Negatieve rente op consumentenspaarsaldo een Europese no-go?’, Contracteren 2016/4.

[10] Zie onder andere: C. Pelgrim e.a., ‘Moet ik nu een bunker bouwen? En 12 andere vragen (en antwoorden) over negatieve rente’, Nrc.nl 27 september 2019.

[11] N. Saelens, ‘Negatieve spaarrentes zijn uitgesloten in België: Maar wat in het buitenland?’, Moneytalk.knack.be 11 maart 2016.

[12] L. Kok ‘België kent al verbod op negatieve spaarrente. Wat doet Hoekstra?’, Ad.nl 10 september 2019.

[13] Redactie Telegraaf, ‘Hoekstra: geen verbod op negatieve spaarrente’, Telegraaf.nl 24 september 2019; C. Vogel, ‘Hoekstra: geen verbod op negatieve spaarrente’, Rtlz.nl 24 september 2019.

[14] Redactie Nu.nl , ‘Minister Hoekstra: Verbod op negatieve spaarrente heeft grote nadelen’, Nu.nl 24 september 2019.

[15] Kamerstukken II, 35300, nr. 71.

[16] R. van Oirschot, ‘Negatieve spaarrente in Nederland’, Fx.nl 25 oktober 2019.

[17] J. Donat, ‘Spaarders massaal in beweging bij negatieve rente’, Consumentenbond.nl 13 september 2019; R. van Oirschot, ‘Negatieve spaarrente in Nederland’, Fx.nl 25 oktober 2019.

Previous post

Vrouwen aan de top: van streefcijfer naar ingroeiquotum?

Next post

Modernisering van het faillissementsrecht